Een week in Leba

Eind augustus zijn we een week lang van het leven in een Burkinees dorp gaan proeven. We hebben in de droge rode aarde gewroet, we hebben tô gegeten, we hebben ons Mooré bijgeschaafd en we hebben veel dolo (sorghumbier) gedronken (van deze laatste activiteit bestaan helaas geen foto's...)

1 - Met de fiets naar Leba

Het dorp Leba ligt op twee uur fietsen van Ouahigouya. Het ligt langs de grote (maar kalme) weg richting Ouagadougou. Omdat er asfalt ligt, was het vrij makkelijk om er met de fiets naartoe te gaan. Veel dorpen zijn immers moeilijk bereikbaar in het regenseizoen.

2 - De koer van Prosper

Prosper en zijn gezin wonen op een grote koer. In dit minidorp woont de 'grande famille'. Dit is de verzameling van ouderen, ooms, tantes, neven, nichten,... We schatten dat er op deze koer wel 50 mensen wonen.

3 - Zijn huis en dat van haar

In Burkina Faso is het normaal dat man en vrouw in aparte huisjes wonen. Heb je als man meerdere vrouwen, dan moet je voor elke vrouw ook weer een nieuw huis bouwen. Links staat het huis van Prosper (met de mooie voordeur), rechts staat het huis van zijn vrouw Bernadette (met een zinken plaat als voordeur).

4 - Prospers bureau

Wij mochten in het huisje van Prosper logeren. Het bestaat uit twee ruimtes: een slaapkamer en een salon. Het salon dient een beetje voor vanalles: Prosper eet er (mannen eten nooit samen met hun vrouwen en kinderen) en hij heeft er een bureau opgesteld. Aan de muur heeft hij volgende spreuk hangen: 'Rien n'est plus gênant pour le travailleur que la présence de ceux qui ne font rien'. Wij waren gewaarschuwd...

5 - Wieden in het pindaveld

We waren gekomen om de handen uit de mouwen te steken. Prosper heeft naast het veld met mil voor persoonlijk gebruik, ook nog een paar veldjes met opbrengstgewassen om te verkopen. In september worden de pindanoten geoogst, maar Prosper wacht nog tot maart-april 2007 om ze te verpatsen. Op dat moment zijn de verkoopprijzen de helft hoger (8 euro voor een zak in september, tegen 12 euro in maart-april). Hij is zelfs zo pienter om in september pindanoten bij andere boeren op te kopen, die ook te stockeren en nadien op de markt te brengen.

6 - Maalstenen en graanzolder

Centraal op de grote koer staat een soort podium waarin maalstenen verwerkt zijn. Vrouwen malen er de mil tot bloem. Hard labeur als je 't ons vraagt. Gelukkig is er in Leba een graanmolen die op brandstof werkt. Voor vijf eurocent kan je de hoeveelheid bloem voor één maaltijd voor het hele gezin laten malen. Je moet dat natuurlijk wel kunnen betalen.

Op de achtergrond zie je de graanzolders. Iedere kleine familie op de koer heeft een zolder waarin het graan wordt opgeslaan. De 'chef de famille' heeft het sleuteltje van de zolder. Hij haalt er uit wat hij nodig acht en geeft het aan zijn vrouw die er dan een maaltijd van bereidt. Vaak moet de vrouw haar plan te trekken voor de rest: olie, groenten, saus, kruiden,...

7 - Douche

... spreekt voor zich...

8 - Het zwembad

Dit idyllische landschap doet je even vergeten dat je in het derdearmste land ter wereld bent. Onze schroom was te groot om een foto te nemen toen het zwembad (links op de foto) vol kinderen zat. Je moet ze er maar bij voorstellen...

9 - De varkensstal

Prosper weet links en rechts nog een handeltje op te zetten. Eén daarvan is zijn varkensstal. Hij mest zijn varkens vet met gras! (en met het afval van het bierbrouwen).

10 - De zegen vragen aan de ouden van de koer

De oude man is de oom van Prosper, maar aangezien Prospers vader gestorven is, is het nu zijn vader. Hij stamt nog uit de tijd dat de Burkinezen hun geluk gingen beproeven in Ghana. Hij was maar wat blij dat hij Engels kon praten met ons.


Vooraleer je aan je dagtaak begint en de koer verlaat, ga je naar de oudjes van de koer om hun zegen te vragen. Ook de oude vrouw op deze foto is niet de echte moeder van Prosper. Toch noemt hij haar zo.