Blaise Compaore in de voetsporen van Mobutu

Ouahigouya, donderdag 3 augustus 2006

Burkina Faso is een veilig, democratisch en rustig land, zo werd ons verzekerd voor ons vertrek. Dat democratische is toch met een korreltje zout te nemen. In werkelijkheid is Burkina een eenpartijstaat met een president die de touwtjes stevig in handen heeft. Met de persvrijheid is het gelukkig iets beter gesteld: getuige hiervan een artikel in het dagblad Le Pays waarin president Blaise Compaore met Mobutu vergeleken wordt: Blaise, roi du Faso.

Het lijkt wel een ziekte, schrijft Mamadou Lamizana: Afrikaanse leiders hebben de neiging hun macht te concentreren, te monopoliseren en te consumeren. Burkina Faso ontsnapt helaas niet aan deze regel.

Blaise Compaore mist het charisma van Mobutu, en de kunst om de massa met zijn woorden te betoveren, maar hij is daarom niet minder efficiënt. Geruisloos heeft hij de controle verworven over alle staatsinstellingen. In een pluralistisch systeem is hij erin geslaagd zijn eigen regels voor het politieke spel op te leggen. Compaore is al bijna 20 jaar aan de macht.

Bij zijn staatsgreep van 15 oktober 1987, de enige gewelddadige machtsovername sinds de onafhankelijkheid, werd de toenmalige revolutionaire president Thomas Sankara om het leven gebracht.

Net als in het Zaïre van Mobutu, ziet Lamizana meer en meer een personencultus rond de Burkinese president. In de media, wordt Compaore niet weergegeven als een staatsman, maar als een koning aan het hof. De moslimhiërarchie vaardigt de ene na de andere "doa" uit voor deze man die beschouwd wordt als een gift van God. De katholieke aartsbisschop heeft zich ook al laten ontvallen dat enkel Blaise Compaore het land goed zou kunnen besturen.

Sinds 1991 zijn politieke partijen opnieuw toegelaten in het land, maar de presidentsverkiezingen van 1991 en 1998 werden door de oppositie geboycot. De meest recente presidentsverkiezingen, op 13 november 2005, kende wel meerdere kandidaten. De deelname van Compaore lag onder vuur, omdat een nieuwe wet meer dan één herverkiezing niet toeliet. Op vraag van zijn partij Congrès pour la Démocratie et le Progrès (CDP) stelde Compaore zich toch opnieuw kandidaat.

De propaganda was enorm: affiches, televisiefilmpjes, T-shirts en petjes, … tot vandaag zie je vrouwen rondlopen in panen met de beeltenis van de president. Zijn herverkiezing was dus geen probleem: hij haalde 80,35 percent van de stemmen.

En de oppositie? Harde opposanten stappen plots uit de politiek, of worden lid van de partij van de president. Verdeel en heers, waarbij het doel de middelen heiligt. Omkoping, fraude, vriendjespolitiek.

Ondertussen gaat de vergoddelijking van Compaore verder: onlangs gaf de presidentiële communicatiedienst een fotoboek uit. De president wordt er omschreven als "de nieuwe Burkinese Gids, een man waar niemand om heen kan, omwille van zijn sterk karakter, zijn intelligentie, zijn werken, zijn open geest, en zijn liefde voor het vaderland en het volk."

Met eigen ogen hebben we de excessen van het regime gezien tijdens een bezoek aan Ouaga 2000, de nieuwe residentiële buitenwijk van de hoofdstad Ouagadougou.

Brede lanen, chique hotels, moderne congrescentra. Hoge ambtenaren en mensen uit de entourage van de president bouwen er kastelen. Het pronkstuk blijft evenwel het nieuwe megalomane presidentiële paleis (zie foto - je mag er eigenlijk geen foto van trekken, daarom staat er een busje voor).

"Een schande voor alle Burkinezen," zei de man die ons vergezelde. Dat de regering van een van de armste landen ter wereld zich dergelijke luxe kan veroorloven, terwijl in de dorpen nauwelijks water, elektriciteit of gezondheidszorg aanwezig is…

Niets is eeuwig, zo schrijft Laminaza nog, republieken, monarchieën, noch Mobutus. Gelukkig zijn er nog mensen die weten dat het fout zit, dat het volk niet zo gelukkig is dat het bijna voltallig op de president blijft stemmen. Nee, de Burkinezen voelen dat er iets niet in de haak is. Het huidige regime is in tegenspraak met hun republikeinse waarden die totnogtoe de Burkinese geschiedenis vorm hebben gegeven. De vraag is niet alleen hoe lang ze de spelletjes van de president nog gaan dulden, maar ook wat er daarna gaat gebeuren…