En de Peul hooit en hoedt

Onderweg naar Mene, 18 januari 2008

We rijden naar Mene om de werken in de dorpstuin op te volgen. In ons zog volgt een auto met een kersverse hadji op weg naar huis. Net voor het offerfeest vertrokken er vliegtuigen uit Burkina Faso met als bestemming Mekka. De kranten stonden er vol van. Al ging het dan vooral over de chaos in de organisatie. De vliegtuigen zaten vol en de pelgrims moesten dagenlang wachten in oncomfortabele omstandigheden. Alsof er niks belangrijker gebeurt in de wereld.

De hadji wordt begeleid door een stoet claxonerende mannen op bromfietsen - grote en kleine - en terwijl wij het broussepad naar Wamba Yiri afslaan, rijden zij rechtdoor, nog dieper de brousse in.

Iets verder rijden we langs verlaten Peulhutten. De Peul zijn een volk van veehouders dat na het regenseizoen de droge gebieden in het noorden verlaat en zuidelijker trekt, op zoek naar grasland voor het vee. In oktober 2006 nam ik hier ook een foto. Toen waren ze er nog.

Op het einde van het regenseizoen; in de verte zie je de mil die oogstklaar is. De Peulhutten zijn nog bewoond.

Aan het begin van het droge seizoen: de Peul zijn vertrokken en alleen de houten skeletten van de hutten blijven achter.

Als er buitenlanders op bezoek zijn, dan vertel ik altijd over de pracht van Peulvrouwen. Lange, slanke deernes die op ongelofelijk elegante wijze een kalebas melk op hun hoofd dragen. Peul leven voor, door en met hun dieren. Ze kijken neer op de Mossi (die de meerderheid uitmaken in de regio), want de Mossi bewerken het land met handen en voeten. Peul staan daarboven. Ze hoeden dieren.

Het dorp Sata is een Peuldorp. Heel paradoxaal, Peul die een dorp stichten. Maar tijden veranderen, graslanden worden schaars, conflicten tussen landbouwers en veehoeders zijn schering en inslag, en de Peul zien zich genoodzaakt om zich permanent te settelen. Zo ook in Sata Peuhl. Er woont een handvol families en er staat een moskee in het dorp.

'Vroeger hadden we heel veel vee, vertelt de chef van het dorp. Kuddes van honderd of meer dieren waren geen uitzondering. Onze rijkdom straalde af van het aantal dieren dat een man bezat. Vandaag de dag is het moeilijk om zoveel dieren te voeden. In het droge seizoen is er niks meer te grazen en veel dieren gaan dood van de honger. Het is beter minder dieren te hebben, maar zeker te zijn dat we ze goed kunnen voeden. We wonen nu jaar in, jaar uit in eenzelfde dorp, en dus kunnen onze kinderen naar school. Ik heb zelfs een zoon die landbouwwetenschappen studeert aan de universiteit.'

Wij met onze productieploeg begeleiden tien boeren met de bouw van hooizolders. De meeste boeren voeden hun vee met de droge gele stengels van de mil. Maar dat voedsel is arm. Groen gras hooien in het regenseizoen, laten drogen en daarna onmiddellijk tegen zon en regen beschermen, geeft een rantsoen dat veel rijker is. En hoe kun je dat kwaliteitsvolle hooi goed beschermen?

Met lokale materialen bouwen de boeren hooizolders: een lemen basis, hout voor het dak en grasmatten die gevlochten worden van de resistente pito. Veel projecten verliezen zich in steun voor de aanschaf van dieren en rasverbetering, vaak zonder veel resultaat. Je moet als boer toch eerst je dieren genoeg kunnen voederen zodat ze het droge seizoen overleven? Die hooizolders zijn hopelijk een stap in de goede richting.

De basis is in leem, de dakstructuur in hout en de dakbedekking in grasmatten.

De man is een grasmat aan het vlechten met de stengels van de pito.