berekende compassie of volwaardige samenwerking?

Sabouna, maandag 10 juli 2006

heleen is sinds een aantal weken al haar energie aan het uitleven bij een ontwikkelingsorganisatie met zetel in ouahigouya. bij wijlen valt ze met een mond vol tanden ter plekke omver bij het zien van de aanpak. stel je een suikertante voor en een kleuter die smacht naar snoep. op gelijkaardige manier moet afrika groot en sterk worden - volgens sommigen althans.

stel je dan verder voor: een witje (= ik) en een zwartje (= hij) die na een lange rit met de moto door de brousse aankomen in een dorp dat de inwoners ervan 'Sabouna' plachten te noemen. je billen doen pijn want de stenen op de weg zorgen voor serieuze schokeffecten. je handen doen pijn want jij zat achterop (je kan nog geen moto rijden) en je moet tegenkracht leveren als de man aan het stuur weer te hard optrekt.

je legt je haar plat (in de mate van het mogelijke), je trekt je broek recht en je begeeft je naar het stoeltje dat voor jou en je partner-in-crime klaar staat onder de neem-boom (voor de plantenbeschermers: die boom waaruit men insecticide haalt; hier wordt deze soort massaal aangeplant omdat hij snel groeit en op een duurzame manier brandhout levert; zie foto).

je vleit je neer op de stoel, je neemt dankbaar het water in ontvangst dat je wordt aangeboden (je weet dat de voorraad immodium die je mee hebt, groot genoeg is - je hoopt dat althans) en je lacht. je spreekt met twee woorden, dankjewel, alstublieft en je sleurt er soms god bij.

op dergelijke momenten word ik altijd heel nederig: vijf vrouwen en zeven mannen hebben zich vandaag onder die boom verzameld om de werking voor 2006-2007 te plannen. ik had verwacht meer volk te zien opdat iedereen zijn vragen en noden zou kunnen formuleren. de verantwoordelijke van het dorp voert het woord en hij verontschuldigt zich dat hij zo weinig mensen heeft kunnen mobiliseren. tegelijkertijd drukt hij ons op het hart dat zij die daar met ons onder de boom zitten, afgevaardigden zijn van de inwoners van het dorp en zij in hun naam zullen spreken.

daarop staat de oudste vrouw recht (één van de 16 vrouwen van de verantwoordelijke), stapt op mij toe, buigt door de knieën en geeft mij een papiertje met de 'Activités à mettre en place pour les femmes de Sabouna en 2006-2007'. ik moet de lijst met 16 puntjes luidop voorlezen (tussen haakjes: geen van de vrouwen spreekt frans, maar toch is het lijstje in de taal van molière opgesteld - ik geef er kort wat uitleg bij in het nederlands):

  1. Centre d'alphabétisation en Mooré : centrum om te leren lezen en schrijven in de lokale taal, het Mooré
  2. Banque de céréales : graanbank voor de vrouwen (de mannen hebben er al één)
  3. Salle de réunion (avec bancs) : een overdekte ruimte waarin alle groepen van het dorp kunnen vergaderen (met banken om op te zitten)
  4. Sémences : zaden en pootgoed voor de geïrrigeerde groentetuin
  5. Puits + motopompe : een nieuwe put bij de tuin en een pomp om het water naar boven te halen
  6. Savonnerie : een zeepfabriekje op kleine schaal, de vormingen daaromtrent en de ingrediënten die nodig zijn om zeep te maken
  7. Cordons pierreux : minidijkjes op en naast de akkers
  8. Retenue d'eau : iets om water te verzamelen, maakt niet uit wat, zolang het maar water vasthoudt (bouli, (micro-)barrage,...)
  9. Fosses fumières : compostputten in cement
  10. Formations : vormingen allerlei, maakt niet uit over wat, zolang ze er maar door vooruit kunnen
  11. Vélos : fietsen om zich te verplaatsen
  12. Embouche (moutons) : schapen om vet te mesten en daarop te verkopen
  13. Micro crédits : geld tout court
  14. Charrues & charrettes : ploegen en karretjes
  15. Foyers améliorés : houtstoofjes die minder hout verbruiken (is cement voor nodig)
  16. Rayonneur : toestel om lijnen te trekken bij het zaaien

de eisen zijn aanvaardbaar, want het is een top-16 van alle mogelijke ontwikkelingsprojecten van de voorbije 30 jaar. en zo werkt het dus: de geldschieter uit het noorden is content want de centen kunnen geïnvesteerd worden in 'de ontwikkeling van afrika'. het is daarenboven heel participatief gebeurd want de vragen komen van de dorpelingen zelf. niet? volgende zomer komen ze dan terug om fotootjes van lachende mensen bij hun realisaties te maken, maar zonder zich af te vragen of er wel iets ten goede veranderd is.

er wordt al druk gediscussieerd over hoeveel stenen en hoeveel zakken cement nodig zullen zijn. ik sta er tenanderenmale bij en kijk er naar. ik en mijn generatie zijn opgegroeid en opgeleid met de lessen uit de blunders van onze voorgangers. nooit meer zouden we zoals de suikertante onze liefde afkopen met snoep.

ontwikkelingsorganisaties bestaan tenslotte ook maar dankzij de gratie van de onderontwikkeling in het zuiden. kleuters die smachtend de hand uitsteken naar snoep. en wie wordt er dan beter van? de vijf vrouwen die geen frans kunnen, maar toch een brief in het frans schrijven? of de zeven mannen die zich wel degelijk in het frans kunnen uitdrukken?